INTRODUCTIE  
     
  De dingen die je vanaf je vroegste jeugd spontaan doet, die passen je het best. De rest is ballast, door de omgeving aangepraat. Daar moet je zo snel mogelijk vanaf. Je wilt de hele wereld bereizen, maar strandt uiteindelijk in het luchthavenrestaurant. “Ik had de blik van een herder, maar het hart van een lam” zingt Jacques Brel.

Beter is het om meteen te beginnen met dat wat je zou doen als je er achter kwam dat de toekomst een verzinsel was. De uitvinder Buckminster Fuller voorspelde voor de 21ste eeuw: “de mensen zullen een zodanige vrijheid genieten dat zijn 99,9 procent van de dag naar eigen inzicht kunnen besteden.” Laten we hopen dat hij het bij het rechte eind heeft.

Dat er waarschijnlijk alleen al in de eerste 30 jaar van het nieuwe millennium minstens zeshonderdbiljoen blunders, misrekeningen en vergissingen door de bewoners van deze planeet gemaakt zullen worden, hoeft ons uiteindelijke succes als soort niet in de weg te staan.

Cyberspace is in potentie het Fulleriaanse super-synergie instrument, waarin alle artistieke, wetenschappelijke en fysieke aspiraties van alle mensen samensmelten tot het ‘nieuwe geheel', dat vele malen groter is dan de som der delen. Dit proces ondervindt niet de sterkste weerstand van het veranderende wereldklimaat, terrorisme of olietekorten. Het zijn de aloude ‘geconditioneerde reflexen' in onszelf, die ons hinderen. Niet in het minst in artistiek opzicht.

Onze verouderde sociale, politieke en educatieve stelsels zijn nog niet in de verste verten aangepast aan het superfenomeen internet. Ik heb het hier over het absurde verschijnsel van circa tweehonderd ‘zelfstandige staten', waarin ettelijke tienduizenden volksvertegenwoordigers elke dag opnieuw een lawine van onzinnige en onmiddellijk verouderde wetten loslaten op de wereldbevolking. Daar bovenop wordt nog een dun sausje van internationele afspraken gegoten.

Je vraagt je intussen wel af hoe het toch kan dat er na honderd jaar nog steeds geen wereldstandaard is voor stopcontacten, zodat je altijd een hele serie stekkers moet meeslepen naar het zogenaamde “buitenland” om je digitale fotocamera op te kunnen laden. Ik zou dus zo willen formuleren: het primaire behoeftepatroon van de moderne mens is omgekeerd evenredig aan de prioriteitenlijst van de beleidsmakers.

De dynamische superrealiteit van internet wordt afgemeten aan haar exponentiele groei, uitgedrukt in terabytes. We kunnen daarom spreken van de absolute foto-oneindigheid van cyberspace, waarbinnen de individuele fotograaf zijn foto-eindigheid presenteert. De virtuele superexpositieruimte van internet geeft de fotograaf het meest onvoorwaardelijk democratische platform denkbaar om zijn werk te delen met de universaliteit van mensen.