| FOTO'S | |||
| In het Rotterdamse park waar ik zit is het leeg geworden, terwijl zon ondergaat achter de bomen. Het is er warm, vochtig, er hangt een geur van vers gemaaid gras. Uit een keukenraam klinkt muziek. Een nauwelijks verkend universum dooft langzaam uit. Misschien zijn herinneringen slechts een weerspiegeling van het nu, niet van het ongrijpbare wat we ‘verleden' noemen. Zijn foto's dan eigenlijk wel een weergave van vroeger of slechts een aspect van het heden? Het is een groot geheim. Ik reis in mezelf en de wereld reist door mij. Beelden verschijnen constant, maar de camera is beperkt. Of zijn mijn zintuigen dat ook? De tuin met rozen in Avignon, het meisje op het oude station van Thessaloniki, de mistflarden boven het water van Brest. Alles is verdwenen, gebleven. Duizend plaatsen en gezichten tintelen in de geest. Hoe vaak heb ik inmiddels het Zomer Carnaval van Rotterdam gefotografeerd? Ik geloof dat dit de vijfde keer is, maar ik heb 1 jaar overgeslagen. Elke keer schiet ik meer rolletjes vol, dat wel. Ieder jaar wordt het Carnaval ook groter, en meer ‘sophisticated'. Ik ga maar niet in op de vraag of dit een winstpunt is, want de toestroom van mensen is ook steeds massaler, wat het fotograferen niet makkelijker maakt.Bovendien moet je steeds selectiever te werk gaan, meer focussen op het echt bijzondere. Omdat je bij het begin van de stoet nog niet weet wat er later langskomt, moet je trachten je ‘kruit' droog te houden. Ik werk voornamelijk met mijn Minolta 500 SI (dynax) uit Singapore en twee objectieven: een 28-80 mm en 70-300 mm objectief. Flitsen doe ik maar heel spaarzaam, iedereen die met batterijen werkt weet waarom. Het is een zeer dankbaar evenement om te fotograferen. Vooral het contrast tussen de nuchtere, sobere kantoorgevels en de zwierige, tropische carnavalsstoet bekoort me zeer. En wat ook zo ongelofelijk is: het is werkelijk altijd prachtig, zonnig weer. Er rust een speciale zegen op het feest, zou je zeggen. Afkloppen maar. Als ik op de Coolsingel sta, tussen de honderdduizenden swingende mensen, is het net of ik in (het Braziliaanse) Salvador de Bahia ben. Wat een geluk dat dit zo dichtbij is! Ik begin intussen in de bonte stoet ook steeds meer gezichten van vorige optochten te herkennen, elke keer ietsje pietsje ouder, maar met onmiskenbaar dezelfde glimlach. Misschien is het herkennen intussen wel wederzijds geworden. |
|||